U
bent nu hier: Landen
info > Landen info Suriname
Landen
info Suriname Algemeen
Ongerept en gastvrij: Suriname, een land met een enorme diversiteit en nog één
van de weinige plekken in de wereld waar het tropisch regenwoud nog vrijwel onaangetast
is. Suriname is een Democratische Republiek
en ligt aan de noordoost kust van Zuid Amerika, begrenst door (Brits) Guyana in
het westen, Frans Guyana in het oosten en Brazilië in het zuiden. Suriname
is het minst bevolkt tropisch land in de wereld. Ongeveer 95% van de 480.000 inwoners
leven in de steden Paramaribo en Nieuw-Nickerie en verder in kleine dorpen aan
de kust en langs de rivieroevers. Suriname
is een multi-culturele samenleving op z'n best, met exotische eethuisjes, traditionele
klederdrachten, rituelen en muziek. Soms zou u zich in Afrika kunnen wanen, dan
weer in India of zelfs Indonesië. Maar dat u zich thuis zal voelen is zeker,
want gastvrijheid is in Suriname vanzelfsprekend. Voor informatie over Suriname over praktische
zaken zoals visum, inentingen, vliegtickets, etc. klikt
u hier Heeft u zelf praktische
of toeristische informatie over Suriname die nog niet op deze pagina wordt genoemd,
maar de moeite waard is om te noemen? Laat het ons weten. Bij voldoende relevantie
wordt uw informatie gratis geplaatst. Bent u
van mening dat uw organisatie, bedrijf, product en/of dienst genoemd dient te
worden op onze website? Bij voldoende relevantie wordt ook commerciële informatie
geplaatst. Klik
hier om uw eigen informatie toe te voegen Grote
steden in Suriname De hoofdstad van Suriname is Paramaribo. De tweede
stad is Nieuw-Nickerie. Ongeveer 95% van de 480.000 inwoners wonen, werken en
leven in deze twee steden. De hoofdsteden (bestuur)
van de districten van Suriname zijn: Albina (grensstad met Frans-Guyana) Brokopondo
Groningen Lelydorp Nieuw-Amsterdam Nieuw-Nickerie (grensstad
met Guyana) Onverwacht Totness Overige
dorpen in Suriname zijn: Alkmaar Berg en Dal Berlijn Bigi Poika
Cabendadorp Katwijk Meerzorg Moengo Nieuw-Rotterdam
Peperpot Pokigron Post Utrecht Thorarica Wageningen Zanderij Verder
zijn er langs de grote rivieren in Suriname diverse nederzettingen van boslandcreolen
(afstammelingen van slaven) en indianen (inheemsen). De rivieren zijn de Marowijnerivier
(grensrivier met Frans-Guyana), de Surinamerivier, de Commewijnerivier (lopend
van oost naar west), de Coppenamerivier, de Tapanahonyrivier (zijrivier van de
Marowijne), de Saramaccarivier en de Corantijnrivier (die de grens met Guyana
vormt). Cultuur & bevolking van Suriname
De bevolking van Suriname (480.000 inwoners) bestaat uit de binnenlandbevolking
de Marrons (boslandcreolen) en de Indianen (de Inheemsen) en in de steden voornamelijk
Creolen, Hindoestanen, Javanen, Chinezen, Blanken (de Boeroe & de Bakra),
Libanezen, Brazilianen en een steeds groter wordende groep gemengden. De
grootste groepen boslandcreolen zijn de Ndjukas en de Aucaners (Saramacaners).
Tot de kleinere gemeenschappen behoren de Kwinti, Paramakamers, Matawai en Boni
(Alukus). Op basis van hun vestigingsplaats
worden de inheemse stammen verdeeld in benedenlandse en bovenlandse indianen.
De bovenlandse indianen wonen voornamelijk in het binnenland (Trios, Wajanas
en Akurios).De benedenlandse indianen daarentegen zijn dichtbij de kust
gevestigd (Arrowaken, Caraïben en de Warraus) In
Nederland leven circa 350.000 Surinamers, waarvan velen rond de onafhankelijkheid
in 1975, na de militaire coup van 1980 of na de Decembermoorden van 1982 uit Suriname
vertrokken. Ook in de jaren '90 van de 20ste eeuw emigreerde Surinamers naar Nederland
vanwege de toenmalige slechte economische situatie in Suriname. De meeste Surinamers
in Nederland hebben een Nederlands paspoort. De
officiële taal in Suriname is het Nederlands maar engels wordt ook veel gesproken
langs de gehele kust. De enige taal die in het gehele land gesproken wordt is
het Sranang Tongo de lingua franca van Suriname. Binnen de verschillende
etnische groepen spreekt men veelal ook de eigen taal. In
de regenboog van culturen vinden we een kleurige mix van etnische groepen in het
erfgoed van Suriname's koloniale verleden. Gezamenlijk vormen zij een multi-culturele
samenleving op z'n best. Eten & drinken
in Suriname Surinaams eten is heel divers. Omdat er zoveel enorm
uiteenlopende bevolkingsgroepen leven in Suriname (de van oorsprong Afrikaanse
creolen, Javanen, Hindoestanen, Chinezen, Indianen, Libanezen enz.) heeft de Surinaamse
keuken lekkernijen uit allerlei culturen overgenomen. Eten is een belangrijk sociaal
gebeuren in Suriname. Als u bij Surinamers op bezoek komt, wordt u meestal een
complete maaltijd aangeboden. De Surinaamse
keuken op zich is al een reden om het land te bezoeken! De exotische gerechten
herbergen invloeden uit Afrika, China, Indonesië, India en Nederland. Het
koken van Surinaamse gerechten is een ware kunst. Surinaamse vrouwen koken op
gevoel; zij hebben vaak geen recepten op papier staan, maar doen alles uit het
hoofd. Deze manier van koken wordt dan ook van moeder op dochter/zoon doorgegeven.
Surinaamse gerechten bestaan in de meeste gevallen uit rijst met verschillende
vlees- en/ of vissoorten, zoals kip, varkensvlees, zoutvlees, anjoemara (soort
vis), kwie-kwie (zwampvis), pataka (soort vis met veel graten) en bakkeljauw (gezouten
vis). Deze gerechten worden meestal geserveerd in combinatie met lokale bladgroenten
of kool. Enkele andere typsiche Surinaamse ingrediënten zijn kousenband (een
soort grote sperzieboon), massala (een kerrie-achtig kruid om vis en vlees mee
te bewerken), papaya en pompelmoen. Een favoriet
gerecht van de Surinamers is pom, een ovenschotel van kip en groenten die men
afdekt met een puree van tajer. BB met R (bruine bonen met rijst)
is een nationaal begrip. Moksi-alesi is een gemengde rijst met vlees, peulvruchten
en andere groenten. Roti is van Hindoestaanse komaf en wordt vaak als lunch
gegeten. In een grote pannenkoek worden kip, aardappels en bonen gewikkeld. Je
eet het met je vingers op. De Javanen blinken uit in het maken van nasis,
bamis en overheerlijke snacks zoals bakabana (gebakken banaan met satésaus).
Voor de beste Javaanse eethuisjes dien je bij Blauwgrond te zijn. Een
typische inheemse Surinaamse drank is Kasiri, een alcoholische drank die gemaakt
wordt volgens een Indiaans recept en die wordt bereid uit het sap van de cassave. Suriname
kent heerlijke sappen die onbekend zijn in Nederland, zoals zuurzak (een fris-zoete
ananas-achtige drank) en markusasap (passievrucht). Favoriete non-alcoholische
dranken van de Surinamers zijn gemberbier en verschillende punchen, zoals vruchtenmixpunch,
ananaspunch en eierpunch. Het bekendste Surinaams frisdrankmerk is Fernandes,
zoete drankjes in allerlei varianten. Softdrank wordt in Suriname soft genoemd.
Siroop om limonade te maken heet in Suriname stroop en is ook verkrijgbaar in
allerlei smaken. Het bier waar Suriname trots
op is, is Parbo. Dit kan de concurrentie met buitenlandse kwaliteitsbieren prima
aan en is verkrijgbaar in djogos (literflessen) of mini-djogos. Sopi
is sterke drank. Vele merken worden in Suriname zelf geproduceerd. Borgoe is een
uitstekende Surinaamse rum. Whiskey is favoriet onder de sterke dranken, maar
dat wordt geïmporteerd. Natuur, weer & klimaat van
Suriname Suriname is een land vol zonneschijn. Er is geen dag zonder
zon, zelfs in de regentijd. Volgens Europese standaarden is Suriname natuurlijk
een warm land maar vanwege een constante koele bries van de noordoost passaat
is het er toch aangenaam met een gemiddelde temperatuur van 28 graden Celsius.
Zelfs in het verre binnenland waar de temperatuur 's nachts daalt tot 20 graden
Celsius. De grote regentijd start midden april tot midden juli en de kleine regentijd
loopt van december tot januari. De twee droge tijden zijn midden juli tot november
en februari tot midden april. Suriname is
ideaal gelegen voor het behoud van het uniek tropisch regenwoud. Hoewel Suriname
een relatief klein land is, is het internationaal van grote betekenis daar het
over het hoogste percentage tropisch bos beschikt in de wereld waarbij meer dan
80% van het totale landschap bedekt wordt door regenwoud en de mate van verval
minder dan 0,1% is per jaar. De grootte van het Surinaams regenwoud is negen maal
dat van Costa Rica! Ontelbare exotische planten
en dieren komen voor in het grotendeels onbewoond en onaangetast regenwoud. Suriname
heeft 13 natuurreservaten en 1 natuurpark. Het land is rijk aan een verscheidenheid
van wilde planten en dieren, inclusief 674 soorten vogels, 200 soorten zoogdieren,
130 soorten reptielen, 99 soorten amfibieën en duizenden botanische plantsoorten
waarvan het overgrote deel nog nimmer onderzocht is. Met
bijna 3.000 mijl aan waterwegen staat Suriname ook bekend als een land met kronkelende
en woeste rivieren. Minder bekend maar even intrigerend zijn de vele savannes,
kuststreken en zwampgebieden. Op het strand langs de kust komen jaarlijks, in
de periode februari tot en met augustus, grote zeeschildpadden aan wal om er hun
eieren te leggen. Gezondheid in Suriname
Malaria en dengue (knokkelkoorts) zijn de meest voorkomende ziektes in Suriname.
In Paramaribo en de directe omgeving komt bijna geen malaria meer voor, maar in
bepaalde gebieden in het binnenland is er wel besmettingsgevaar. Voor Suriname
zijn geen inentingen verplicht, maar een vaccinatie tegen gele koorts en bescherming
tegen malaria worden sterk aangeraden. De meeste tropengangers laten zich tevens
een DTP-cocktail toedienen, zodat ze vijftien jaar lang geen difterie, tetanus
of polio kan oplopen.Neem voor vertrek altijd eerst contact op met GG&GD of
huisarts. In Paramaribo bevinden zich drie grotere
ziekenhuizen: het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, het RK St. Vincentius ziekenhuis
en het Diakonessen ziekenhuis. Problemen in de gezondheidszorg zijn grotendeels
te wijten aan gebrek aan overheidsgelden; aan de emigratie van artsen en verplegend
personeel (braindrain); en aan de gebrekkige transportmogelijkheden. In de binnenlanden
wordt de zorg geleverd op zogeheten missieposten. Het Psychiatrisch Centrum Suriname
verzorgt de geestelijke gezondheidszorg. Water
in de steden kan uit de kraan worden gedronken. In de kleinere dorpen en in het
binnenland is het verstandig om water uit flessen te drinken. Geldzaken
& economie van Suriname Suriname is zeer rijk aan natuurlijke
hulpbronnen en wordt op grond daarvan wel als zeventiende land op de lijst van
rijkste landen geplaatst. De natuurlijke hulpbronnen omvatten onder andere hout,
bauxiet, goud en porseleinaarde (kaolien). Ook bevinden er zich kleine hoeveelheden
nikkel, koper, platina en ijzererts. Van de
Surinaamse export komt 70 procent op rekening van het bauxiet. Aanverwante industrie:
aluinaardefabriek en aluminiumsmelterij. Ten zuiden van Paramaribo is door de
aanleg van een stuwdam in de rivier de Suriname het Prof. Dr. Ir. W.J. van Blommesteinmeer
ontstaan; een waterkrachtcentrale gevoed door het meer, levert elektriciteit,
onder meer voor de productie van aluminium. Een
tweede belangrijke pijler, is de winning van aardolie door Staatsolie Maatschappij
Suriname N.V., voornamelijk in Saramacca, een district 45 kilometer verwijderd
van Paramaribo. Andere takken van de economie
zijn landbouw en visserij, houtwinning (Bruynzeel) en handel. Landbouwproducten:
rijst, bacoven (bananen), palmpitten, kokosnoten, pinda's, rundvlees, kippen,
bosproducten, garnalen. Export: onder meer
rijst, garnalen, bacoven en palmolie. Import: Consumptiegoederen, olieproducten,
voedingsmiddelen, katoen, productiemiddelen. Munteenheid:
de Surinaamse dollar (=100 cent); code: SRD. Religie
& gebruiken van Suriname Door de vele culturen in Suriname,
zijn er ook vele godsdiensten. Over de officiële godsdienst van Suriname
is een beetje onduidelijkheid. Tot voor kort was het christelijk geloof de staatsgodsdienst,
maar sinds een tal jaar is dit de Islam geworden. Toch is het aantal aanhangers
van de Islam met ca. 15% redelijk laag. De grootste groep aanhangers van de Islam
zijn de Hindoestanen. Maar de meeste Hindoestanen zijn Hindoe. Met 20% aanhang
van de Surinaamse bevolking, staat dit geloof op de tweede plaats. Het grootste
geloof in Suriname is nog steeds het Christendom. Zo'n 41 procent heeft zich dit
geloof eigen gemaakt. De verhouding tussen de
religies is als volgt: 40,7% christendom,
waarvan ongeveer de helft rooms-katholiek en de helft protestants (Evangelische
Broedergemeente, Moravische Broeders, Zeister Zendingsgenootschap, en andere)
19,9% hindoeïsme (Sanatana Dharma en Arya Samaj) 13,5% islam (Soenni
en Ahmadiyya) 5,8% traditionele en andere religies 4,4% geen religie 15,7%
onbekend Belangrijke feestdagen in Suriname
- 1 januari Nieuwjaarsdag - 1 mei Wrokoman dey - Dag van de Arbeid - 5 juni
Prawas Din - Surinaams Hindoestaanse Immigratiedag - 1 juli Keti Koti - Afschaffing
van de slavernij (1863) - 25 november: Onafhankelijkheidsdag (1975) - 25/26
december Kerst - 31 december Oudjaarsdag Id-ul-fitr
(varieert in data) Ter afsluiting van de Ramadan (vastenperiode) vieren de
moslims Id-ul-fitr ook wel het suikerfeest genoemd. Holi
Phagwa (rond maart) Op deze dag viert men de overwinning van het Goede op het
Kwade, dit uit zich in een strijd waarbij men elkaar met gekleurde
poeder en in water opgeloste kleurstoffen besprenkelt. Voor informatie over Suriname over praktische
zaken zoals visum, inentingen, vliegtickets, etc. klikt
u hier Landenkompas Suriname:
klik
hier Gratis een reisgids Suriname downloaden? klik
hier MP3 Stadstour Paramaribo downloaden? klik
hier (R)emigratiehandboek Suriname downloaden? klik
hier Dienstencentrum Suriname: klik
hier Geschiedenis
van Suriname Na een periode van inheemse stammen, zoals de Arowakken,
Warrau, Kwatta, Barbakoeba, Trió, Wayana en Karaïben, werd in 1593
Suriname door de Spanjaarden in bezit genomen voor een korte periode. Aan het
einde van de 16e eeuw zeilden de eerste Nederlanders naar Zuid-Amerika vanwege
het zout, tabak en edelmetaal. Na een aantal succesvolle reizen, vestigden zich
de eerste Nederlanders in het gebied, dat aangeduid werd als de Wilde Kust. Deze
vestigingen zijn weer opgeheven, niet alleen vanwege de tegenstand door de lokale
stammen. In 1621 had de West-Indische Compagnie het als octrooigebied verkregen,
met de achterliggende bedoeling het de Spanjaarden en Portugezen in Zuid-Amerika
zo lastig mogelijk te maken. In 1630 werd
er door een kapitein, genaamd Marshall, een poging gedaan tabak in Suriname te
planten, maar deze onderneming mislukte, alhoewel bijna alle soldaten in het Staatse
leger rookten. In 1650 vestigden zich een klein groepje Engelsen aan de Surinamerivier.
Het was een expeditie, uitgaande van Lord Francis Willoughby, de Britse gouverneur
van Barbados. Vanwege de Engelse burgeroorlog was een stroom van vluchtelingen
op gang gekomen naar de Barbados, dat inmiddels vol raakte. De door hem zelf betaalde
expeditie bestaande uit drie schepen stond onder leiding van majoor Anthony Rowse,
de eerste gouverneur van Suriname. Hij wist zich te verzekeren van de goedgezindheid
van de indianen. Twee jaar later kwam Willoughby zelf langs om zijn nieuwe bezit
te aanschouwen: de productie van suiker bleek uitermate winstgevend en de aanplant
van suikerriet, de bouw van molens en de aanvoer van ketels werd met meer voortvarendheid
ter hand genomen. De kolonie, genaamd Willoughbyland,
bestond uit 30.000 ha en het fort Willoughby; in 1663 uit ca. 50 suikerplantages.
Het werk werd vooral gedaan door de lokale bevolking en 3.000 ingevoerde Afrikaanse
slaven. Om meer planters aan te trekken werd door de Engelsen religieuse vrijheid
gepropageerd. De ca 300 kolonisten werden gevolgd door Engelse Quakers en Portugese
joden uit Mauritsstad in Nederlands-Brazilië. Ver van Paramaribo stichtten
zij de Jodensavanne. (Daar hadden de slaven op zaterdag vrij, maar moesten op
zondag werken). De Engelsen hielden zeggenschap
over het gebied tot 27 februari 1667, toen Abraham Crijnssen, ten tijde van de
Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, na een drie uur durend gevecht het fort veroverde
en William Byam, de tweede gouverneur, zich over gaf vanwege een gebrek aan kruit.
De Zeeuw Crijnssen hernoemde de versterking tot Fort Zeelandia. Bij de Vrede van
Breda, getekend op 31 juli 1667, mocht Nederland Suriname houden in een soort
ruil met Nieuw-Nederland (Oostkust van de Verenigde Staten) dat door de Engelsen
was veroverd. Nadat de Britten Suriname hadden heroverd en weer verloren, en de
Hollanders tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog Nieuw-Amsterdam (New York)
hadden heroverd, is bij de Vrede van Westminster de bestaande situatie gehandhaafd.
De Engelsen beloofden bovendien zich niet langer op de Banda-eilanden te laten
zien. Willoughbyland en andere Nederlandse bezittingen in en rond Suriname werden
bekend als Nederlands Guiana. In 1682 droeg
de provincie Zeeland de kolonie over aan de West-Indische Compagnie (WIC), die
een aparte naamloze vennootschap stichtte. Eenderde van de aandelen kwam in handen
van de WIC, eenderde van de stad Amsterdam en eenderde van de familie Van Aerssen
van Sommelsdijk. Cornelis van Aerssen, werd de eerste Nederlandse gouverneur
van Suriname. Hij zette zich in voor de vergroting van het aantal plantages. Door
oorlog te voeren tegen de Indianen en de weggelopen slaven maakte hij Suriname
aantrekkelijk voor Europese investeerders. Alle opvolgers van Van Aerssen zetten
deze politiek ten gunste van de plantagelandbouw voort. De Surinaamse koffie en suiker werden
op de Nederlandse markt verkocht. Nederlandse beleggers hebben tussen1751 en 1773
meer dan 60 miljoen in Suriname geïnvesteerd. In 1773 maakte een crisis op
de Amsterdamse beurs een plotseling einde aan de kapitaaltoevoer naar Suriname.
Veel planters hadden te veel geleend en konden de rentebetalingen en de aflossing
niet voldoen en waren verplicht hun plantages te verkopen aan de geldschieters
in Nederland. Voor de slaven was deze verandering van weinig betekenis. Zij bleven
gedwongen om hun arbeid ter beschikking van de plantages te stellen. Hun aantal
werd rond 1800 op 50.000 geschat. In 1806 werd de aanvoer van slaven uit Afrika
verboden. Door deze maatregel kon het sterfteoverschot onder de slaven niet langer
door nieuwe aanvoer gecompenseerd worden. Doordat tweederde van de aangevoerde
slaven mannen waren nam het aantal slaven langzaam af. Tevens liep een deel van
de slaven weg en deze weglopers vormden aparte gemeenschappen, die de koloniale
regering niet kon vernietigen en waarmee zij vredesverdragen afsloot om de plantages
voor verdere aanvallen te vrijwaren. Deze voormalige slaven kregen de naam bosnegers. In
1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft en in 1873 werden de ex-plantageslaven
echt vrij. In dat jaar verviel hun verplichting om jaarlijks een arbeidscontract
met een plantage-eigenaar af te sluiten. Om het tekort aan arbeidskrachten op
te vangen werden vele plantages samengevoegd. In 1862 telde Suriname 216 plantages,
in 1913 nog 79. De totale opbrengst aan suiker bleef overigens door de eeuwen
heen vrijwel constant, wel verdwenen de koffie, de cacao en de katoen. Hoewel
deze vorm van landbouw steeds minder economische betekenis kreeg, bleef de koloniale
politiek gericht op de bevordering van deze sector. De overheid voerde ruim 30.000
Brits-Indiers (Hindoestanen) naar Suriname en ruim 33.000 Javanen, die zich voor
hun verscheping hadden verplicht voor de duur van vijf jaar op de plantages te
werken, waarna ze naar huis konden terugkeren. In 1916 kwam aan de invoer van
Brits-Indiers een einde door nationalistische oppositie in India tegen deze vorm
van arbeidsmigratie. Aan de aanvoer uit Java kwam een einde door de achteruitgang
van de plantages. Ongeveer tweederde van de Indiase en Javaanse contractarbeiders
keerde overigens niet naar huis terug, maar vestigden zich in de kolonie, nadat
de koloniale overheid na 1890 het bezit van kleine percelen voor de voedsellandbouw
begon te bevorderen. Buiten de plantagelandbouw
waren er maar weinig economische alternatieven. De vondst van goud zorgde voor
werk voor een deel van de voormalige slaven., terwijl de groei van het overheidsapparaat
eveneens een aantal arbeidsplaatsen schiep. Van een industriële ontwikkeling
in Suriname was maar beperkt sprake. Rond 1970 verdiende 23% van de beroepsbevolking
zijn brood in de landbouw, 15% in de industrie en 40% in de dienstensector (overheid,
ambachten). De sociale structuur van Suriname
werd in sterke mate beïnvloed door het gebrek aan contacten tussen de verschillende
bevolkingsgroepen. De slavenemancipatie van 1863 had tot gevolg, dat een groot
deel van de oorspronkelijk uit Afrika afkomstige bevolking de plantagelandbouw
de rug toekeerde en zich richtte op werk in de bos- en mijnbouw en in de dienstensector.
Hun plaats in de landbouw werd ingenomen door de Hindoestanen en de Javanen. Aan
de top bevonden zich de blanke plantagehouders en de uit Nederland afkomstige
bestuursambtenaren. De kleine creoolse middenstand voelde zich met de blanke bovenlaag
verbonden. De sociale machtsverhoudingen
werden weerspiegeld in de Staten van Suriname, die in 1866 werden ingesteld. De
leden van de Staten van Suriname werden tot 1901 benoemd door de gouverneur, daarna
werden zij gekozen volgens het censuskiesrecht. In 1948 werd het algemeen kiesrecht
ingevoerd. Na de Tweede Wereld Oorlog werd
Suriname een ruime mate van zelfbestuur verleend. In het Statuut voor het Koninkrijk
der Nederlanden (1954) werd de positie van Suriname en de Nederlandse Antillen
geregeld. Sedertdien werd door de politieke partijen een lossere band met het
Koninkrijk nagestreefd. Delen van de voornamelijk onder de creoolse bevolkingsgroep
aanhangers tellende Nationale Partij Suriname (NPS) en de Partij Nationalistische
Republiek (PNR) streefden naar zelfstandigheid op korte termijn. De door Lachmon
geleide Hindoestaanse Vatan Hitkari Partij (VHP) wenste nog een band met Nederland. Onder
premier Pengel en zijn opvolger J. Sedney nam het verzet tegen de slechte sociaal-economische
situatie toe. Zo waren er stakingen bij het onderwijs (die tot de val van Pengel
leidden) en bij de Suriname Aluminium Company (Suralco), terwijl begin 1973 een
algemene staking plaatsvond. Bij parlementsverkiezingen in 1973 wist de Nationale
Partij-kombinatie (NPK) de overwinning te behalen. Arron, voorzitter van de NPS
en de NPK, vormde een nieuwe regering, die aankondigde het land voor eind 1975
onafhankelijk te willen maken. In oktober 1975 werd in het Nederlandse parlement
een wet tot wijziging van het Koninkrijksstatuut aanvaard. In Suriname bereikten
premier Arron en oppositieleider Lachmon, die zich tot dan toe zeer had verzet
tegen onafhankelijkheid, overeenstemming over de Grondwet, die daarna werd aangenomen.
Op 25 november 1975 werd de onafhankelijkheid van Suriname een feit. Ferrier,
tot dan toe gouverneur, werd de eerste president. In
februari 1980 kwam een oud conflict tussen regering en beroepsmilitairen over
de oprichting van een vakbond tot uitbarsting, wat uitliep op een militaire staatsgreep
(25 februari1980). De burgerregering verdween en een aantal van de opstandige
militairen, ondermeer Sital en Desi Bouterse, vormde een Nationale Militaire Raad
(NMR), die verklaarde de macht overgenomen te hebben. In de volgende jaren kende
Suriname regeringen van verschillende signatuur. Wel hadden de militairen onder
leiding van Desi Bouterse ( 'Bevel') het laatste woord. Een dieptepunt vormden
de decembermoorden van 1982, waarbij vijftien prominente oppositieleden door de
militairen werden geëxecuteerd. Door
de politieke onvrijheid, de almaar verslechterende economische situatie en het
ontstaan van een guerrilla onder leiding van Ronnie Brunswijk in de binnenlanden
slonk de populariteit van Desi Bouterse. Uiteindelijk zagen de militairen
zich gedwongen met de oude politieke partijen in overleg te treden. Dit leidde
tot het referendum en de verkiezingen van 1987, die de oude partijen weer in het
kabinet brachten. De president, R. Shankar, werd de belangrijkste man in het land.
De militairen behielden echter, ondanks hun zware nederlaag tijdens de verkiezingen,
achter de schermen grote macht. Vanaf 1987
kwam het overleg met Nederland over het hervatten van de ontwikkelingshulp weer
op gang. Maar in 1990 werd de inmiddels hervatte hulp opgeschort na een nieuwe
staatsgreep, door militairen op kerstavond. In de daarna uitgeschreven verkiezingen
kwamen de oude partijen, verenigd in het Nieuw Front, als grootste partij naar
voren. Ronald Venetiaan werd in september
1991 tot president gekozen en vormde met leden van Nieuw Front een regering die
een grotere toenadering tot Nederland zocht. In juni 1992 tekenden Nederland en
Suriname een vriendschapsverdrag. Hiermee kwam ook een protocol tot stand over
de besteding van de 1, 3 miljard gulden die Suriname nog krachtens een verdrag
uit 1975 van Nederland te goed had. Beide staten spraken af vooral de georganiseerde
grensoverschrijdende misdaad aan te pakken. In
1994 was er grote sociale onrust vanwege de uit de hand lopende inflatie (meer
dan 300% op jaarbasis), die vooral de salarissen van overheidspersoneel uitholde.
De economische situatie was zo chaotisch dat het land op de been moest worden
gehouden met geld en voedselpakketten uit Nederland. Nieuwe hulptoezeggingen van
Nederland en een vergelijk met Den Haag bleven uit, omdat Suriname het IMF en
de Wereldbank niet wilde accepteren als toezichthouder op zijn herstelprogramma.
Ook 1995 stond in het teken van de moeizame pogingen van de regering om te komen
tot een economisch saneringsprogramma. Bij
de parlementsverkiezingen van mei 1996 verloor het Nieuwe Front (NF) en Jules
Wijdenbosch versloeg bij de presidentsverkiezingen van september oud-president
Ronald Venetiaan. Op het gebied van de drugshandel had Suriname in deze tijd een
slechte naam. Met name de cocaïnehandel speelde een belangrijke rol bij het
imago van Suriname. In augustus 2000 werd
de 64-jarige Ronald Venetiaan opnieuwe gekozen tot president van Suriname. Venetiaan
maakte de sanering van de zieltogende economie tot een van zijn belangrijkste
speerpunten. Verder wilde hij het vertrouwen van de Surinaamse bevolking in de
politiek herstellen, die gekenmerkt werd door corruptie, zelfverrijking en drugsbelangen.
Ook de verbetering van de relatie met Nederland stond op zijn programma. Bij de
op 25 mei 2005 gehouden verkiezingen gaat de regeringscoalitie van het Nieuw Front
terug van 33 naar 23 zetels in het Parlement. De Verenigde Volksvergadering (het
parlement uitgebreid met districts- en ressortsraden tot ca. 900 personen) kiest
Ronald Venetiaan opnieuw tot president. In
mei 2010 wint de mega combinatie van Bouterse de verkiezingen. In juli 2010 wordt
Bouterse tot president gekozen.
Voor
informatie over Suriname over praktische zaken zoals visum, inentingen, vliegtickets,
etc. klikt
u hier Heeft u zelf praktische
of toeristische informatie over Suriname die nog niet op deze pagina wordt genoemd,
maar de moeite waard is om te noemen? Laat het ons weten. Bij voldoende relevantie
wordt uw informatie gratis geplaatst. Bent u
van mening dat uw organisatie, bedrijf, product en/of dienst genoemd dient te
worden op onze website? Bij voldoende relevantie wordt ook commerciële informatie
geplaatst. Klik
hier om uw eigen informatie toe te voegen |